Picture found in Honkawa Elementary School in 2013 of the Hiroshima atom bomb cloud, believed to have been taken about 30 minutes after detonation of about 10km (6 miles) east of the hypocentre. Foto Wikimedia Commons

Hoe Amerikaanse media Hiroshima en Nagasaki versloegen

Barack Obama bracht deze week een historisch bezoek aan Japan. Hij bezocht Hiroshima, waar Amerikaanse strijdkrachten voor het eerst een atoombom lieten vallen. Obama was de eerste zittende president om dat te doen. Een van mijn favoriete podcasts, On The Media, blikte terug op de manier waarop Westerse media verslag deden van de verwoesting en het menselijk leed dat de Verenigde Staten hier had aangericht om een einde te maken aan de Tweede Wereldoorlog (of is dat laatste een mythe?).

In het eerste fragment On The Media komt George Weller aan bod. De eerste Amerikaanse oorlogsverslaggever op de plek van de bombardementen maar die zijn artikelen niet gepubliceerd kreeg. Omdat het verboden was om deze gebieden te bezoeken, maar waarschijnlijker omdat de militaire censuur niet wilde dat de vele tienduizenden gevallen van stralingsziekte bekend werden bij het grote publiek. Wellers verhalen werden pas in 2005 voor het eerst gepubliceerd.

Het tweede en laatste fragment behandelt iets veel gevaarlijker dan censuur: propaganda. The New York Times journalist William L. Laurence beschreef het vallen van de bom op Nagasaki en won daarmee een prestigieuze Pulitzer Prize. Maar hij werkte eigenlijk samen met de Amerikaanse autoriteiten om hun boodschap uit te dragen. Een verhaal dat eng veel overeenkomsten heeft met dat van NYT-verslaggever Judith Miller die dezelfde prijs won voor haar verhalen over de massavernietigingswapens van Saddam Hussein. Fabeltjes die hielpen de weg te plaveien voor de oorlog in Irak.